msf_4469_hoofdbanner

Embryotransplantatie

Embryotransplantatie (ET) verwijst naar de techniek waarbij een embryo uit de baarmoeder van een donormerrie wordt gespoeld en wordt overgezet in de baarmoeder van een draagmerrie. In 1974 is het eerste veulen door middel van deze techniek geboren. Vandaag de dag is embryotransplantatie een veelgebruikte methode binnen de paardenfokkerij.

Voordelen

De voordelen van embryotransplantatie zijn:

  • Merries kunnen meerdere veulens per jaar krijgen
  • Merries die zelf in de sport lopen kunnen op deze manier toch nakomelingen produceren
  • Medische risico’s verbonden met de dracht en geboorte van het veulen worden vermeden voor de (waardevolle) donormerrie
  • Oudere donormerries of merries met serieuze gezondheidsproblemen kunnen embryo’s leveren die in jonge draagmerries overgezet worden
  • Merries met fertiliteitsproblemen, of merries die hun dracht al vaker verloren hebben, kunnen embryo’s laten dragen door gezonde draagmerries
  • Merries die laat in het seizoen veulenen, of om welke reden dan ook nog gust zijn, kunnen een embryo leveren en zelf leeg blijven om volgend jaar weer vroeg in het seizoen te beginnen
  • Embryo’s kunnen gekoeld meegenomen worden naar een andere locatie om overgezet te worden
MSF_0964
MSF_1318

Slagingskans

De ET drachtpercentages per cyclus van de donormerrie hangen af van de kans op een embryo bij de spoeling van de donormerrie en de kans op dracht van de draagmerrie na het overzetten. Om het hele proces succesvol te maken is het belangrijk dat het management van de donor- en draagmerrie optimaal is en de technieken van het embryospoelen en overzetten goed beheerst worden.

De kans op het spoelen van een embryo kan significant verschillen per cyclus en is afhankelijk van de vruchtbaarheid van de donormerrie en hengst en of er vers, gekoeld of diepvries sperma wordt gebruikt. Ook de kans op dracht van de draagmerrie na overzetten is variabel en afhankelijk van de kwaliteit van het embryo, de ervaring van de persoon die het embryo overzet en factoren die te maken hebben met de draagmerrie.

Tevens is het belangrijk om er rekening mee te houden dat ongeveer 8 tot 10% van de merries hun dracht verliezen na de eerste positieve drachtcontrole. Dit percentage is gelijk voor draagmerries en merries die hun eigen veulen dragen, echter kan het wat hoger liggen voor draagmerries die een embryo dragen van een oudere donormerrie.

Gemiddeld zit Equiception op een drachtpercentage van 75% van embryo’s welke zijn overgezet in onze eigen draagmerries. De resultaten fluctueren significant gedurende het seizoen met een duidelijke vermindering in drachtpercentages gedurende perioden met hoge temperaturen.

Management van de donormerrie

Selectie

De meest succesvolle donormerries zijn jonger dan 15 jaar, hebben geen fertiliteitsproblemen en zijn in goede conditie zonder ziekten en stress. Daarnaast is het aan te raden een merrie op z’n minst één veulen zelf te laten dragen voordat zij 8 tot 10 jaar oud is. Om de fertiliteit van de merrie te optimaliseren en problemen door verbindweefseling van de baarmoedermond te voorkomen, is het goed voor de merrie om af en toe (elke 3 tot 4 jaar) haar eigen veulen te dragen.

Cyclusbegeleiding

Als het de bedoeling is om vroeg in het seizoen te beginnen met de niet-drachtige donormerrie, is het verstandig om de merrie, vanaf 2 maanden voor de gewenste datum van eerste ovulatie, onder kunstmatige verlichting te houden (met 16 uur licht en 8 uur donker per dag).

Donormerries die recent geveulend hebben, kunnen relatief snel succesvol embryo’s leveren, of het echter verstandig is om de veulenhengstigheid te gebruiken  is per merrie en situatie verschillend en alleen het overwegen waard bij een probleemloze geboorte en een goed herstellende baarmoeder. Het is aan te raden om bij aanvang van het voortplantingsseizoen een uitgebreid fertiliteitsonderzoek te laten uitvoeren, inclusief diagnostiek zoals swab en biopt van de baarmoeder indien geïndiceerd op basis van de voorgeschiedenis. Het doel is om vast te stellen of de merrie in goede lichaamsconditie is, ze last heeft van een medisch probleem en om haar voortplantingsstatus te evalueren (anoestrus, transitioneel of cyclisch). Zodra de donormerrie cyclisch is, dient haar cyclus routinematig gevolgd te worden om het juiste moment voor inseminatie te bepalen, de reactie van haar uterus na inseminatie te controleren en eventueel te behandelen en om de exacte datum van ovuleren vast te stellen zodat op basis daarvan de embryospoeling ingepland kan worden.

De embryospoeling vindt meestal 7 of 8 dagen na ovulatie plaats, afhankelijk van het type sperma dat gebruikt is, de leeftijd van de donormerrie en de ervaring met eerdere embryospoelingen bij de desbetreffende merrie. Bij oudere donormerries (> 20 jaar) en merries die geїnsemineerd zijn met diepvriessperma is er soms een kleine vertraging in de ontwikkeling van het embryo en kan het dus de voorkeur hebben om pas op dag 9 te gaan spoelen.

Risico’s

Het herhaaldelijk uitvoeren van inseminaties en embryospoelingen kan, vanaf de derde tot vijfde cyclus, de donormerrie vatbaar maken voor baarmoederontstekingen. Deze aangedane merries hopen vocht op in de baarmoeder, laten ontstekingscellen zien op cytologie en er groeien bacteriën op een kweek. Het is dus van belang om goed te letten op de gezondheid van de baarmoeder van de individuele donormerrie zodat een behandeling tijdig kan worden ingesteld.

Daarnaast zijn rectumscheuren altijd een klein, maar desalniettemin een serieus en in sommige gevallen fataal, risico bij elk rectaal onderzoek. Afhankelijk van de grootte, ernst en locatie van de scheur is een conservatieve of chirurgische behandeling geїndiceerd. De prognose hangt af van de ernst van de scheur, de tijd tussen het ontstaan en het behandelen en de eerste hulp die geboden wordt.

Management van de draagmerrie

Selectie

Een van de belangrijkste factoren van een succesvolle embryotransplantatie is de draagmerrie.  Draagmerries dienen een leeftijd te hebben van 3-15 jaar met een gewicht wat binnen 150 kg van dat van de donormerrie ligt, ze hebben een goede lichaamsconditie en zijn gemakkelijk in de omgang. Een potentiële draagmerrie moet kritisch geëvalueerd worden voordat besloten wordt haar in te zetten als draagmerrie. Er dient een algeheel lichamelijk onderzoek uitgevoerd te worden, gevolgd door een uitgebreid fertiliteitsonderzoek waarbij wordt gelet op mogelijke afwijkingen die invloed zouden kunnen hebben op het drachtig worden of het uitdragen van een dracht.

Draagmerries kunnen 2 tot 3 embryo’s overgezet krijgen per jaar. Indien zij niet drachtig worden danwel drachtig blijven na deze 2 tot 3 pogingen, zullen zij niet opnieuw ingezet worden als draagmerrie.

Cyclusbegeleiding

Bij Equiception staan de draagmerries vanaf begin december onder extra verlichting om ervoor te zorgen dat zij al vroeg in het seizoen cyclisch zullen worden en klaar zijn om embryo’s te ontvangen. Het is mogelijk om niet-cyclische merries die met hormonen zijn behandeld of merries waarbij de eierstokken verwijderd zijn te gebruiken als draagmerries. Echter, bij deze merries ligt het drachtpercentage wel iets lager in vergelijking tot goed gesynchroniseerde cyclische merries. Embryo’s worden meestal gespoeld op dag 7 tot 9 na ovulatie en worden overgezet in een draagmerrie die 4 dagen na de donormerrie heeft geovuleerd (-4 synchroniciteit) tot één dag na de donormerrie (+1 synchroniciteit). Overzettingen in draagmerries die 5 dagen na de donormerrie hebben geovuleerd kunnen ook leiden tot succesvolle drachten, echter, over het algemeen wordt ervan uitgegaan dat de hoogste drachtpercentages worden behaald indien de draagmerrie 1 tot 2 dagen na de donor heeft geovuleerd.

Afhankelijk van de situatie kan het nodig zijn om actief de cyclus van de  donormerrie met een enkele draagmerrie te synchroniseren. In het geval van een grote groep draagmerries is synchronisatie niet nodig aangezien er elke dag merries spontaan zullen ovuleren en er dus ook dagelijks geschikte merries aanwezig zullen zijn om een embryo in over te zetten.  Het synchroniseren van de hengstigheid van de donormerrie met een enkele draagmerrie gebeurt meestal met behulp van prostaglandines. Als beide merries in dioestrus zijn met een actief corpus luteum (geel lichaam), is een eenmalige dosering genoeg, eventueel zijn twee injecties met een tussenpauze van 14 dagen nodig. Het is aan te raden om het moment van toediening van de prostaglandines te bepalen aan de hand van de ovariële status van de merries. Het kan aan te raden zijn om de draagmerrie een aantal dagen na de donormerrie hengstig te spuiten om de kans te vergroten dat ze qua cyclus wat achter gaat lopen op de donormerrie. Zodra beide merries hengstig zijn, kan het moment van ovuleren gesynchroniseerd worden door het geven van een middel welke de ovulatie induceert. De merries dienen dagelijks gevolgd te worden om de exacte dag van ovulatie te bepalen. Zodra de donormerrie geovuleerd heeft, kan de ovulatie van de draagmerrie geïnduceerd worden zodat zij 1 tot 2 dagen na de donormerrie zal ovuleren.

Het is van belang de cyclus van draagmerrie goed te volgen en hierbij te letten op folliculaire ontwikkeling, patroon van oedeem in de baarmoeder, de dag van ovulatie, het aantal ovulaties, de ontwikkeling van het corpus luteum en de aanwezigheid van reproductieve afwijkingen. Naast synchroniciteit van de cycli, is dus ook de kwaliteit van de cyclus een belangrijke factor in het selecteren van een geschikte draagmerrie.

Spoelen van het embryo

Procedure

De standaard methode van embryowinning in de merrie is via de non-chirurgische transcervicale baarmoederspoeling. Een zogenoemd ‘Y-systeem’ verbindt een spoelkatheter met een zak speciale spoelvloeistof en met een embryo filter waarin het gespoelde embryo opgevangen wordt. Alle materialen zijn van tevoren gesteriliseerd. De vloeistof loopt vanuit de zak de merrie in en vervolgens weer terug naar buiten door het filter, waarbij klemmetjes op het ‘Y-systeem’ de richting van de vloeistof bepalen.

Tijdens de procedure staat de donormerrie in een veilige opvoelbox. De meeste merries hebben geen sedatie nodig tijdens de embryospoeling, echter bij jonge, opgewonden of onervaren merries kan sedatie wel nodig zijn. De staart van de merrie wordt opgebonden, de mest uit het rectum verwijderd en de vulva en het vestibulum worden goed schoongemaakt.

Het ‘Y-systeem’ wordt verbonden aan de zak met spoelvloeistof, de spoelkatheter en het embryofilter en vervolgens wordt het hele systeem voorgevuld met spoelvloeistof om te voorkomen dat er lucht in de baarmoeder komt. De spoelkatheter wordt manueel de vagina in gebracht en door de dichte cervix de baarmoeder in gemanoeuvreerd. De ballon van de spoelkatheter wordt opgeblazen met lucht en terug getrokken tegen de baarmoedermond waardoor de baarmoeder wordt afgesloten. Ongeveer 1 liter van de verwarmde spoelvloeistof loopt door de zwaartekracht de baarmoeder in. Het doel is om de baarmoeder voldoende te vullen met vloeistof zodat er ook tussen de plooien van de baarmoederwand gespoeld wordt. De hoeveelheid benodigde vloeistof per spoeling is dus afhankelijk van de grootte van de baarmoeder; jonge merries die nog nooit hebben geveulend kunnen na 500 ml al vol zitten. De spoelvloeistof loopt daarna door de zwaartekracht de merrie weer uit en loopt tenslotte door het embryofilter. Dit proces wordt drie tot zes keer herhaald. Rectale massage van de baarmoeder van de merrie stimuleert het goed vol- en leeglopen van de beide hoornen. Tevens kan het middel Oxytocine toegediend worden om baarmoedercontracties te stimuleren en zo te helpen met het terugkrijgen van alle vloeistof. Zodra het spoelen afgerond is, wordt de lucht uit de ballon van de spoelkatheter gehaald en kan de deze uit de baarmoeder verwijderd worden. De vloeistof die nu nog in het spoelsysteem zit laat men nog via het filter weglopen. Het embryofilter wordt vervolgens naar het laboratorium gebracht. Voordat de merrie op stal wordt gezet, krijgt zij nog een prostaglandine injectie. Dit zorgt ervoor dat het corpus luteum, ofwel het gele lichaam, in regressie gaat en de merrie weer hengstig wordt. Hierdoor wordt de kans dat zij een bacteriële infectie oploopt geminimaliseerd en de kans dat zij toch zelf drachtig blijft, in het onwaarschijnlijke geval dat het embryo achter is gebleven, geëlimineerd.

Zoeken, hanteren en evalueren van het embryo

Grotere embryo’s kunnen soms al direct met het blote oog worden waargenomen in het embryofilter, echter is meestal een microscoop nodig om het embryo goed te kunnen bekijken. De inhoud van het embryofilter wordt overgegoten in een doorzichtige petrischaal. Het filter wordt nagespoeld met spoelvloeistof om te zorgen dat het embryo niet achterblijft. De inhoud van de petrischaal wordt vervolgens onderzocht op de aanwezigheid van één of meerdere embryo’s. Zodra een embryo is geïdentificeerd wordt deze verwijderd uit de petrischaal en wordt het embryo ‘gewassen’ door het voorzichtig door meerdere druppels zogenaamd embryo holding medium te bewegen. Uiteindelijk wordt het embryo in een klein schaaltje geplaatst met embryo holding medium.

Het embryo zal vervolgens worden geëvalueerd waarbij op basis van de morfologie een inschatting gemaakt wordt van de kwaliteit van het embryo. Er wordt een gradering toegekend  aan het embryo, welke positief gecorreleerd is aan het drachtpercentage na overzetting,

De meeste embryo’s zijn van goede tot uitstekende kwaliteit, graad 2 en 1 respectievelijk. Embryo’s van slechte kwaliteit en dode embryo’s blijven waarschijnlijk in de eileider achter en worden daarom zelden gevonden in een spoeling, maar incidenteel komt het wel voor. Ondanks dat de kans op een succesvolle dracht significant lager is bij embryo’s met graad 3 of 4, worden deze gewoonlijk wel overgezet, aangezien ze anders helemaal geen kans op overleven hebben.

Overzetten van het embryo

Bij paarden gebeurt het overzetten van embryo’s in een draagmerrie routinematig via een non-chirurgische, transcervicale procedure.

Vlak voor het overzetten wordt nogmaals gecontroleerd of de gekozen draagmerrie geschikt is. Naast de aanwezigheid van een morfologisch normaal corpus luteum (geel lichaam) wordt er extra aandacht besteed aan de aanwezigheid van een goede spiertonus van de baarmoeder en baarmoedermond en de afwezigheid van oedeem in de baarmoeder, welke beiden samenhangen met een verhoogde endogene progesteronconcentratie.

Indien er meerdere geschikte draagmerries beschikbaar zijn, zal de beste uitgekozen en voorbereid worden voor het overzetten.

De draagmerrie wordt in een veilige opvoelbox gezet en 5 tot 10 minuten voor de procedure gesedeerd. Een niet-steroïde ontstekingsremmer wordt toegediend om de mogelijke productie van prostaglandines, welke kunnen vrijkomen tijdens het overzetten door het manipuleren van de baarmoedermond, tegen te gaan. Deze prostaglandines kunnen invloed hebben op de kwaliteit van het corpus luteum en daarmee het endogene progesterongehalte verlagen.

De staart van de merrie wordt opgebonden en de vulva en het vestibulum worden goed schoongemaakt.

Het embryo wordt overgebracht in het transplantatie-instrument. De dierenarts heeft een steriele opvoelhandschoen aan en beschermt het uiteinde van het transplantatie instrument met zijn of haar hand. De hand wordt in de vagina van de draagmerrie gebracht en voorzichtig naar voren richting de baarmoedermond bewogen. Het transplantatie-instrument wordt vervolgens direct voor de ingang van de baarmoedermond gepositioneerd en dan de baarmoedermond in gebracht. Met zo min mogelijk manipulatie wordt het instrument verder door de  gesloten baarmoedermond heen bewogen de baarmoeder in. Het embryo wordt uiteindelijk in het midden van het lumen van de baarmoeder gedeponeerd. Heel af en toe blijft het embryo hangen in het stalen uiteinde van het transplantatie instrument. Na het overzetten wordt daarom altijd het uiteinde van het instrument onder de microscoop gecontroleerd op eventuele aanwezigheid van een embryo.

Het is belangrijk om de draagmerrie na het overzetten zo min mogelijk bloot te stellen aan (sociale) stress en haar voorlopig in haar eigen groep te houden voordat ze wordt overgeplaatst naar een nieuwe merriegroep.

Een tweede methode om paardenembryo’s transcervicaal over te zetten is met behulp van een zogenaamde Wilsher tang. Deze speciale tang wordt gebruikt om de baarmoedermond vast te pakken en naar achteren toe recht te trekken, waarna het transplantatie instrument door de baarmoedermond gebracht kan worden. Om goed zicht te hebben op de baarmoedermond wordt een steriel vaginaal speculum gebruikt in combinatie met de Wilsher tang.

Management van de draagmerrie na overzetten

Drachtcontrole

De eerste drachtcontrole van de draagmerrie wordt uitgevoerd als het embryo 11 tot 14 dagen oud is, dus 4 tot 7 dagen na overzetten. Het voordeel van de vroege drachtcontrole, 4 dagen na overzetten, is dat het management van de donormerrie (die 4 dagen geleden prostaglandine heeft gehad en nu dus hengstig aan het worden is) eventueel hierop aangepast kan worden. Nadeel is dat een dracht op dag 11 of 12 niet altijd goed zichtbaar is op de echo.

De gehele baarmoeder moet goed onderzocht worden op de aanwezigheid van een vruchtblaasje, maar ook om een tweelingdracht uit te sluiten, welke in zeldzame gevallen kan ontstaan na het overzetten van een enkel embryo. Tijdens de drachtcontrole wordt er ook gelet op de aanwezigheid van abnormaliteiten, zoals oedeem of vrij vocht in de baarmoeder en de aanwezigheid van een zeer klein corpus luteum of de totale afwezigheid van een corpus luteum.

De afwezigheid van een corpus luteum of de detectie van een kleiner wordend corpus luteum geeft aan dat de drachtherkenning onvoldoende heeft plaatsgevonden met als gevolg een tekort aan progesteron. Oedeem zou niet aanwezig moeten zijn in een drachtige baarmoeder en is geassocieerd met een verhoogd oestradiol- en laag progesterongehalte. In beide gevallen moet er direct begonnen worden met progesteronondersteuning waarmee de dracht in veel gevallen gered kan worden. Eventueel kan bloed van de draagmerrie afgenomen worden om het endogene progesteron gehalte te meten.

Vrij vocht in de baarmoeder is meestal geassocieerd met een ontstekingsreactie. Afhankelijk van de hoeveelheid vocht kan overwogen worden om de merrie te ondersteunen met systemisch antibiotica en progesteron in een poging de dracht te redden.

Na deze eerste drachtcontrole wordt de merrie gewoonlijk tussen 25 en 35 dagen weer gecontroleerd om te bevestigen dat ze nog steeds drachtig is. Bij deze controle zou een embryo met een hartslag zichtbaar moeten zijn in het vruchtblaasje.

Drachtige draagmerries blijven tot ongeveer 50 dagen dracht bij Equiception en mogen vervolgens, na een laatste positieve drachtcontrole, worden opgehaald. Op dit moment in de dracht zijn er meerdere gele lichamen op de eierstokken van de merrie aanwezig welke de dracht onderhouden en zou de dracht bestand moeten zijn tegen de eventuele stress die de verhuizing van de draagmerrie met zich meebrengt.

Progesteronondersteuning

De meerderheid van de draagmerries heeft geen extra progesteronondersteuning nodig na embryotransplantatie en de draagmerries bij Equiception krijgen het dan ook niet routinematig toegediend. Echter, als blijkt dat de endogene progesteronconcentratie te laag is, is progesteronondersteuning wel essentieel in een poging deze drachten te redden.

Altrenogest (Regumate®) is het enige beschikbare product geregistreerd voor gebruik in paarden. Het is makkelijk toe te dienen en de endogene progesteronconcentratie kan nog steeds accuraat gemeten worden.

De progesterontoediening kan op elk moment stopgezet worden als is vastgesteld dat het endogene gehalte hoog genoeg is om de dracht in stand te houden (> 4.0 ng/ml).

Zonder het endogene progesterongehalte te meten kan de toediening gestopt worden tussen de 45 en 70 dagen dracht, wanneer er secundaire gele lichamen aanwezig zijn op de eierstokken van de merrie. Een alternatief is om de toediening te stoppen als de merrie ongeveer 100 tot 120 dagen drachtig is, aangezien de placenta tegen die tijd genoeg progesteron zou moeten produceren om de dracht zelf in stand te houden.

MSF_1228

Say hello

Wij komen graag langs

ET afspraak makenMerrie BegeleidingOPU/ICSI afspraak makenICSI embryo ontdooien/overplaatsen

Adres

Equiception
Milandweg 69
3474 KK Zegveld
Nederland

 

contact-smartphone+31 (0) 653583247